2009-02 UNIZO GENK maakt haar visie op het ontwerp van de “Actualisatie Strategisch-Commercieel Plan 2018” over aan het stadsbestuur.
NOTA VAN UNIZO GENK INZAKE
HET ONTWERP VAN DE “ACTUALISATIE STRATEGISCH-COMMERCIEEL PLAN 2018
Terecht blijft de studie uitgaan van het principe van de“gebundelde deconcentratie”, vastgelegd in 1997, met name een kernenversterkend beleid naar de bestaande handelskernen van Genk toe.
Dit past perfect binnen de visie van UNIZO en tevens binnen het kernversterkend beleid, geponeerd in het Ruimtelijk Structuurplan Limburg.
Het is onduidelijk waarom in de studie gewag gemaakt wordt van 4 delen in Genk (centraal, Noord, West en Zuid): deze indeling is in geen enkel ander document (vb. structuurplan terug te vinden). Best dus géén nieuwe indeling voorzien.
De stad Genk is terecht ambitieuzer dan de studiedienst van de Vlaamse Regering met een bevolkingsprognose van 70.000 in 2018.
De stad Genk heeft immers in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, samen met Hasselt en delen van enkele randgemeenten, de functie van“regionaal stadsgebied” voor Limburg meegekregen. Indien het Structuurplan steeds en door iedereen consequent wordt uitgevoerd is deze ambitie haalbaar.
In de rand hiervan staat UNIZO GENK wél negatief tegenoverde nieuwe IKEA-wet. Nieuwe winkelprojecten moéten rekening houden met de Ruimtelijke Structuurplannen en moéten kaderen binnen vastgelegde, algemene strategisch-commerciële plannen. Het is daarom niet goed dat de eindverantwoordelijk bij één gemeentebestuur wordt gelegd. Wij wensen dat deze opmerking opgenomen wordt.
De stad Genk moet, op basis van haar ambitie, de nodige groeikansen voor het commerciële apparaat in Genk voorzien én veilig stellen. Dit Strategisch Commercieel Plan is daartoe een belangrijke aanzet.
Uitgangspunt moet dan ook zijn de “inbreiding” binnen de bestaande handelskernen.
Wij missen in de studie wel een inventarisatie van deze inbreidingsmogelijkheden: met name een inventaris van alle open ruimten, woningen en gebouwen met niet-centrumgebonden activiteiten binnen de bestaande handelskernen, met name Centrum Genk, de Stalenstraat, de Vennestraat, deHoevenzavellaan en de Hasseltweg en Landwaartslaan, als voornaamste ‘erkende’kernen.
Deze inventaris is absoluut noodzakelijk om te bepalen hoeveel winkeloppervlakte op deze locaties kan toegevoegd worden.
Het spreekt voor zich dat alle middelen ingezet moeten worden om deze kernen, onder meer door inbreiding, verder te versterken.
Het Masterplan Vennestraat en de ontwikkeling van C-MINE(waarin het bijkomende, niet centrumversterkende luik handel werd geschrapt),het Nieuwe Ontwikkelingsplan voor de Stalenstraat, zijn belangrijkeinstrumenten daartoe.
Voor de Hasseltweg staan wij achter het idee om de commerciële invulling te verstrengen via nieuwe RUP’s, en met name voeding en mode te weren.
De plannen om deze gewestweg herin te richten, waarbij via ventwegen en ronde punten het verkeersinfarct op piekmomenten kan weggewerkt worden, dienen eindelijk uitgevoerd (begin februari 2010) en dan binnen een kort tijdsbestek.
In dat kader is daar een uitbreiding van de winkeloppervlakte mogelijk.
Op deze wijze kan de Hasseltweg uitgroeien tot een modern retailpark, zodat er zeker geen nood is aan een tweede retailpark.
Wat Centrum Genk betreft zijn de recente ontwikkelingen qua winkelaanbod absoluut positief en dient inderdaad ook Shopping 1 gemoderniseerden uitgebreid te worden.
Toch is zowel de oppervlakte als het aantal winkels binnen het centrum héél wat lager dan Hasselt en dient dus alles ingezet (zie inventarisatie van alle inbreidingsmogelijkheden) om het centrum verder te versterken.
Een uitbreiding naar het gebied achter de Kerk, met centrumversterkende, commerciële activiteiten, moet mogelijk zijn. Wél dient dan alles in het werk gezet om op een creatieve wijze wél een band en doorstroom te creëren naar de Molenstraat en de rest van het centrum toe. De verkeersafwikkeling zou kunnen verlopen via het bestaande ronde punt aan de parking van de Kerk.
De bereikbaarheid van de handelskernen, in het bijzondervan Centrum Genk, wordt als één van de toptroeven erkend: bijgevolg dient alles ingezet om deze troef volledig uit te spelen.
UNIZO GENK heeft geen andere visie dan de stad wat betreft het verkeersluw maken van het Centrum als middel om haar gezelligheid te verhogen, maar pleitte steeds voor een meer gefaseerde invoering ervan.
Wat betreft de noordelijke lus zal een evaluatie gemaakt worden, terwijl voor de zuidelijke lus de timing enkel kan op basis van de geplande “binnenstadbarometer”.
De centrumring vormt wél een bedreiging, aangezien er té veel momenten zijn waarop deze verzadigd is en het verkeer zwaar gestremd raakt.
De verdere uitbouw van het Centrum zal dit probleem enkeldoen toenemen.
Voornaamste knelpunten zijn de toegang tot de parking vanShopping 1 en de kruising van het autoverkeer met de voetgangers aan hetstation.
De renovatieplannen van Shopping 1 moeten het probleemaldaar oplossen. De stationsbuurt dient echter absoluut heraangelegd zodat dedoorstroom van het autoverkeer op deze plaats gevrijwaard wordt.
De parkeertarieven moeten steeds, zoals voorzien was, beduidend lager zijn dan deze van andere winkelcentra in Limburg, aangezien dit ook één van onze troeven uitmaakt. Wij missen in deze studie een vergelijking van deze tarieven.
De andere voorstellen, uiteengezet in de studie, zijn absoluut positief.
Genk moet uitgebouwd tot een moderne, steeds vernieuwende, innoverende en creatieve stad met vernieuwende architectuur, opvallende eye-catchers, allerhande moderne communicatietechnieken, een Museum voor Moderne (toegepaste) Kunsten.
Tevens dient een goede verbinding tussen het Centrum en C-MINE uitgewerkt te worden (hypermoderne pendel – ook naar “buitenparkings” –ondertunneling Westerring waar nodig).
De ontwikkeling rond KRC GENK is een relatief nieuwgegeven. Gezien de unieke positie van KRC GENK heeft UNZIO GENK positief meegewerkt aan een haalbaar RUP dat uiteraard consequent dient toegepast te worden.
Heel belangrijk in de uitbreiding van het commercieel apparaat van Genk is de volgorde van de timing ervan.
Om voldoende incentives te geven aan de versterking van de diverse handelskernen, moeten deze op de eerste plaats gezet worden: dus eerst de uitbouw van het Centrum, de Stalenstraat, de Vennestraat, en, binnen haar mogelijkheden, de Hoevenzavellaan.
Binnen het geschetste kader kan dan ook de Hasseltweg-Landwaartslaan verder ontwikkeld worden tot een modern retailpark.
Gelet op de destijds onvoorziene, maar binnen het nieuweRUP gewenste ontwikkeling rond KRC GENK, en gelet ook op de eerder hoge ambitie van de stad inzake de bevolkingsaangroei, kan Bosdel niet verder uitgebouwd worden. De uitbouw zou een zware hypotheek leggen op de andere, gewenste uitbreidingen.
UNIZO GENK wenst de stad nogmaals te danken voor de open communicatie rond dit Strategisch-Commercieel Plan 2018 en blijft bereid hieraan op een positieve wijze mee te werken.